nederlands   uk   de Home Klauwgezondheid Uiergezondheid Voeding Vruchtbaarheid Stal Contact  


In de praktijk zijn er veel vragen over CoPulsation en hoe het werkt. Zijn er aanpassingen nodig aan de installatie? Zijn er ook nadelen? etc. Hieronder een opsomming.

 

Hebt u zelf een vraag of opmerking, stuur dan aub een mail of bel 06-83333430!!

 

  • Moet ik met een hoog vacuum melken met CoPulsation?

De actie van de tepelvoering is optimaal met een vacuüm vanaf 45,5 kpa in de klauw, zonder melk. Bij lagere waarde zal de werking van de voering (en dus de massage) minder goed zijn. Hoog vacuüm móet dus niet maar het wordt wel sterk aangeraden tussen 45,5 en 47,5 Kpa te werken. Er zijn goede ervaringen bij gebruikers met 47,5 Kpa en zelfs hoger in combinatie met hoogliggende melkleiding. Wel is het belangrijk dat de afname zo wordt ingesteld dat de klauwen direct worden afgenomen als een koe 'uit' is. Dit moment zal met CoPulsation vroeger zijn dan met een conventioneel systeem omdat de melkafgiftegrafiek meer 'vierkant' zal worden. 

  • Geeft de korte C-fase van CoPulsation geen gevoelige tik op de spenen?

Vaak wordt aangenomen dat een lange c-fase nodig is om de snelheid van sluiten van de voering te beperken omdat anders de voering met een tik tegen de speen komt. Deze manier van denken klopt niet. In een conventioneel systeem zal de c-fase tussen de 120 en 180 msec zitten, terwijl dit bij CoPulsation ongeveer 60 msec zal zijn. Als de tijd die het kost om de voering te sluiten wordt afgezet tegen de af te leggen weg van open naar gesloten dan vinden we een snelheid van minder dan 1 km/uur. De snelheid om een tik te geven zal minimaal 12 km/uur moeten zijn. Iedereen die een vinger steekt in een werkende tepelvoering zal kunnen voelen dat door CoPulsation een zacht drukkende massage wordt gegeven en geen tik. Dezelfde test met een conventioneel systeem zal al snel een knijpende en pijnllijke druk op de punt van de vinger laten voelen. Dit is een gevolg van de onvolledige sluiting van de voering en het vacuüm dat ook in de rustfase daardoor nog op de vinger werkt.

  • Kan ik mijn eigen klauwen en bekers blijven gebruiken?

CoPulsation zorgt voor een aangename massage van de spenen. Dit lukt ondermeer doordat de lucht- en vacuüm stroom veel vlotter in- en uit de pulsator gaat dan bij een conventioneel systeem. Veel bestaande melkbekers zijn hierin gelimiteerd door de diameter en de plaatsing van het pijpje voor de korte pulsatieslang. Deze aansluiting moet een ruime diameter hebben en het moet aangesloten zijn ongeveer een kwart van de lengte vanaf de onderkant voor de juiste luchtstroon tijdens de rustfase. De DeLaval 06 RVS is zo'n beker die de optimale luchtstroom garandeerd en wordt daarom gebruikt met CoPulsation. De klauw moet voldoende volume hebben en een goede en ruime melkafvoer. Verder is het van belang dat de pijpjes voor de korte melkslang schijn zijn afgeslepen. De voering bij gebruik van CoPulsation moet rond zijn en een lage sluitweerstand hebben voor de juiste masserende werking.

  • Kunnen de CoPulsators ook verspringen ten opzichte van elkaar? (cascade)

Technisch is er veel mogelijk maar deze schakeling maakt electronica gevoeliger voor storing. De stuurkast van CoPulsation stuurt 12 pulsators in één keer aan. De eventuele noodzaak voor cascade ligt in de veronderstelling dat het pulsatievacuüm gemakkelijk het melkvacuüm zou beïnvloeden. Indien dit zo zou zijn dan klopt de layout van de installatie niet. Dit moet dan ook eerst worden geoptimaliseerd, ook zonder CoPulsation.

  • Hoeveel lucht verbruiken de CoPulsators?

De pulsators van CoPulsation verbruiken minder lucht per stuk dan reguliere systemen omdat de afwisseling van vacuüm en buitenlucht zonder overlap verloopt en er dus geen vermenging plaats vindt. Tevens werkt CoPulsation met 45 slagen per minuut ipv de gebruikelijke 60 slagen. Hierdoor zal CoPulsation al 25% minder lucht verbruiken dan gewoonlijk.  De lucht gaatjes in de klauw zijn echter ruimer met CoPulsation zodat daarbij weer meer lucht wordt binnen gelaten. Per saldo zal er dus niet meer of minder luchtverplaatsing gevraagd worden met CoPulsation.

  • Waarom moeten de gaatjes in de klauw worden opgeboord?

De gaatjes zijn groter om meer lucht in te kunnen laten. Dit is nodig omdat er een grotere hoeveelheid melk afgevoerd moet worden (koeien melken sneller). Als de gaatjes daarbij niet groot genoeg zijn zal de melk slecht worden afgevoerd met schommelingen in het vacuüm tot gevolg.

  • Kan er ook met andere voeringen gewerkt worden bij CoPulsation?

Zie ook het antwoord bij vraag 2. Andere voeringen dan de door CoPulsation geleverde zullen de resultaten zeker niet positief beïnvloeden. De voeringen zijn in gebruik ook zeker niet duurder dan originele. 

  • Is CoPulsation ook geschikt voor een melkrobot?

Ja! Sinds juni 2012 is CoPulsation op 2 DeLaval automatische melksystemen gemonteerd. Voor andere merken melkrobots is er nog geen ervaring maar melktechnisch zal het geen probleem zijn. De interne techniek van een melkrobot bestaat overigens uit gewone conventionele onderdelen. Het enige écht spannende aan een melkrobot is de techniek van het aansluiten.

 

Copyright 2010 Dairy Solutions    --    Prikwei 32    --    8495NG Aldeboarn    --    The Netherlands    --    info@dairysolutions.nl